Maartse vliegen...
... vliegen in april
Half april, en daar zijn ze weer, de Maartse vliegen!
Je ziet deze opvallend glanzend-zwarte mug (!) in de lente in grote aantallen aan bosranden, in velden en tuinen. Hij zweeft in de lucht boven de vegetatie met bungelende poten, neerstrijkend op alles wat ze tegenkomen (en dat kan dus ook op mensen zijn), en eens geland zijn ze nogal traag.
Dit is weer zo’n beestje met een behoorlijk verwarrende Nederlandse naam. Niet alleen behoort het geslacht Bibio (Rouwvliegen) niet tot de Vliegen (Brachycera), maar die van de Muggen (Nematocera). Maar bovendien zal je ze nooit zien in maart, maar wel vanaf half april. De kleine mannetjes verschijnen vaak iets eerder, maar zo tegen 25 April, de feestdag van Sint Marcus, vliegen ook de grotere vrouwtjes volop rond.
En daar zitten we meteen bij de verklaring van de naam: ‘Maartse vlieg’, is gewoon een slechte vertaling van de wetenschappelijk naam ‘Bibio marci’, die dus niet ‘maartse rouwvlieg’, maar ‘rouwvlieg van Sint Marcus’ betekent.
In Groot-Brittanië spreekt men dan ook over St Marc’s fly, of ook wel over Hawthornfly, omdat je ze vaak in grote getale rond bloeiende meidoorns ziet vliegen.
Maar ook de Britten maken dus de fout om over ‘vliegen’ te spreken. (Trouwens, de Nederlandse Wikipedia vermeldt correct dat het muggen zijn, maar de Engelse versie houdt vol dat het vliegen zijn.
De heren en dames Maartse Vlieg zijn uiterlijk goed van elkaar te onderscheiden: De vrouwtjes zijn duidelijk groter, en hebben iets donkerder vleugels. De mannetjes hebben hele grote ogen, zoals ook vliegen die hebben, terwijl de ogen (en daardoor ook de kop) van het vrouwtje veel en veel kleiner zijn.
Er wordt wel eens beweerd dat Maartse vliegen schade kunnen toebrengen aan grasvelden. Maar de volwassen vliegen leven van nectar en plantensappen, en de larven voeden zich vooral met dode plantenresten (het zijn compostvormers), al zouden ze zich bij gebrek daaraan ook te goed gaan doen aan levende plantendelen, en dan aan de wortelhals van grassen gaan knagen waardoor het gras afsterft.
Ik zie de diertjes hier elk jaar bij tientallen, neen bij honderden rondvliegen, maar van aantasting van het ‘gazon’ heb ik nog nooit wat gemerkt. Ik denk dat ik er rustig van kan uitgaan dat de rouwvliegen hier meer dan voldoende dood materiaal te eten vinden, zodat ze zich niet aan mijn grassprietjes moeten wagen.
De volwassen Maartse vliegen spelen trouwens echt wel hun rol als bestuivers, niet alleen van meidoorns, maar ook van fruitbomen.
Ik stoor me dus niet aan die massaal rondzwevende maartse vliegen… maar zie het als een teken dat het nu echt volop lente is!




